10 Bizarre sporten die van de Winterspelen verdwenen

10 Bizarre sporten die van de Winterspelen verdwenen

De Winterspelen zijn nu strak geregisseerd. Alles is meetbaar, gestandaardiseerd en tot in de millimeter geregeld. Vroeger was dat wel anders, alles leek te kunnen.

Dit zijn tien onderdelen die ooit (even) olympisch waren, en daarna weer verdwenen. Soms na één editie. Soms na jaren. En in één geval kwamen ze zelfs terug.

10. Skijoring (St. Moritz 1928)

skijoring
Cavan-Images / Shutterstock.com

Een skiër die zich met een lijn laat voorttrekken door een paard dat in volle galop over het ijs dondert: dat was skijoring op de Spelen van 1928 in St. Moritz. Het was een spectaculaire demonstratiesport die de harten van het lokale publiek sneller deed kloppen, maar het bleef bij die ene olympische kennismaking. Door het gebrek aan standaardisatie en de grote risico’s op het ijs, werd skijoring direct na de Spelen van St. Moritz bedankt voor bewezen diensten.

9. Militaire patrouille (officieel 1924, demonstratie 1928, 1936, 1948)

De militaire patrouille kun je zien als de ruwe, ongezouten voorloper van de huidige biatlon. In 1924, tijdens de allereerste Winterspelen, stond het zelfs als officiële medaillesport op het programma. Teams van vier mannen moesten een loodzwaar traject van 25 kilometer langlaufen, inclusief bepakking en schietoefeningen onderweg. Het was een pure uitputtingsslag die direct voortkwam uit militaire trainingen in de bergen.

8. IJsstokschieten, Eisstockschießen (1936 en 1964)

IJsstokschieten

IJsstokschieten lijkt op het eerste gezicht op curling, maar schijn bedriegt. De “stok” is een stuk zwaarder en de spelregels zijn wezenlijk anders. Deze sport, die in Duitsland en Oostenrijk bekendstaat als Eisstockschießen, dook twee keer op als demonstratiesport op het olympische toneel: in 1936 en nog eens in 1964.

Hoewel het in de Alpenlanden een enorme sport is met een rijke traditie, bleef het daarbuiten een grote onbekende. En dat is dodelijk in de ogen van het IOC. Zonder een brede internationale basis en beoefenaars over de hele wereld is het bijna onmogelijk om de status van officiële olympische sport te bemachtigen.

7. Winter vijfkamp (St. Moritz 1948)

De wintervijfkamp was in 1948 een sport voor de echte alleskunners, een soort winterse variant op de klassieke moderne vijfkamp. Het programma was loodzwaar en divers: atleten moesten langlaufen, schieten, afdalen op ski’s, schermen en paardrijden. Het idee was prachtig op papier en moest de ultieme, veelzijdige wintersporter aanwijzen.

6. Bandy (Oslo 1952)

Stel je ijshockey voor, maar dan met een bal en op een ijsveld dat net zo groot is als een voetbalveld. Dat is bandy. In 1952 kreeg deze sport in Oslo een felbegeerde plek als demonstratie-onderdeel. Hoewel de tribunes vol zaten en de sport razendsnel en technisch is, deden er slechts drie landen mee, allemaal uit de Scandinavische hoek.

Die beperkte internationale spreiding bleek de nekslag. Terwijl de olympische trein al op volle snelheid reed met ijshockey als vaste waarde, bleef bandy een grote sport in specifieke regio’s zoals Rusland en Zweden.

5. Sledehondenrace (Lake Placid 1932)

In 1932 was Lake Placid het decor van een spektakel waar je vandaag de dag direct een Netflix-documentaire over zou maken. Geen motoren of schaatsen, maar teams van zes honden die twee dagen achter elkaar ruim 80 kilometer door de ijzige kou denderden.

Het bleef het bij die ene keer; de enorme organisatie en de complexiteit rondom het welzijn en transport van de honden zorgden ervoor dat deze hondensport geruisloos uit het olympische programma verdween.

4. Ski ballet (acroski) (Calgary 1988 en Albertville 1992)

Freestyle skiën kennen we tegenwoordig van de angstaanjagende “big jumps” en de spectaculaire sprongen in de halfpipe. Maar eind jaren tachtig was er een heel andere tak van sport: skiballet. Op een relatief vlakke helling voerden skiërs een complete choreografie uit op muziek, inclusief sierlijke draaien, sprongen en een hoop show. Het was een soort kunstschaatsen, maar dan met ski’s en stokken.

3. Speedskiën (Albertville 1992)

Dit was wintersport in zijn meest extreme en gevaarlijke vorm. In Albertville doken waaghalzen in futuristische, aerodynamische latex pakken en met helmspoilers van een angstaanjagend steile helling. Het doel? Een zo hoog mogelijke snelheid aantikken, vaak ver boven de 200 kilometer per uur.

Het was een demonstratiesport die de grenzen van de menselijke angst opzocht, maar de sfeer sloeg volledig om toen de Zwitserse deelnemer Nicolas Bochatay tijdens een training dodelijk verongelukte. Voor het IOC was de grens bereikt: de sport kreeg nooit een officiële status en werd wegens de enorme risico’s direct uit het olympische programma geschrapt.

2. Curling, verdwenen en teruggekomen (officieel 1924, officieel terug in 1998)

Curling is tegenwoordig niet meer weg te denken van de buis, maar de weg naar erkenning was een bureaucratische marathon. De sport stond namelijk al tijdens de allereerste Winterspelen in 1924 op het programma, maar de medailles van toen werden pas in 2006 (!) officieel door het IOC als olympisch erkend.

Daartussen gaapte een enorm gat. Curling verdween decennialang van de medaillelijst en moest het doen met een rol in de marge als demonstratiesport. Pas in 1998, tijdens de Spelen in Nagano, maakte de sport een definitieve en succesvolle comeback als officieel onderdeel. Het bleek een schot in de roos: de combinatie van tactisch vernuft en de iconische veegpartijen groeide uit tot een onverwachte kijkcijferhit.

1. De olympische alpinismeprijs (1924, 1932, 1936)

1922 Everest expedition at Base Camp
Britse Mount Everest expeditie ontving een Olypmische Medaille

Dit is zonder twijfel het vreemdste onderdeel uit de geschiedenis van de Spelen. Er was geen startschot, geen finishlijn en er kwam geen stopwatch aan te pas. Het IOC reikte namelijk een prijs uit voor een bijzondere prestatie in de bergen die in de jaren vóór de Spelen was geleverd. In 1924 kregen de deelnemers van de Britse Mount Everest-expeditie uit 1922 zo een olympische onderscheiding voor hun moed.

Na edities in 1932 en 1936 hield het IOC het echter voor gezien. Het bleek onmogelijk om verschillende klimexpedities eerlijk met elkaar te vergelijken; hoe weeg je een gevaarlijke beklimming in de Himalaya af tegen een prestatie in de Alpen? Het was te weinig sport in de klassieke zin van het woord en te veel een ereprijs. H

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *