Sommige producten die we vandaag als volstrekt normaal beschouwen, riepen ooit felle weerstand op. Koffie was het ‘drankje van de duivel’. De paraplu een schande voor de Engelse man. De aardappel werd gewantrouwd als duivelsappel. Religieuze leiders, artsen en politici wierpen zich op als verdedigers van de oude orde. Dit zijn tien alledaagse producten die ooit heftige protesten opriepen.
1. Koffie – het drankje van de duivel

Toen koffie in de zestiende eeuw via Venetiaanse handelaren Europa bereikte, was de reactie vijandig. Het bittere, zwarte brouwsel kwam uit de islamitische wereld en had een vreemde, opwekkende uitwerking. Katholieke geestelijken noemden het een ‘duivels drankje’ en drongen aan op een verbod.
De controverse bereikte een hoogtepunt toen adviseurs paus Clemens VIII vroegen om koffie officieel te verdoemen. De paus besloot eerst zelf te proeven. Naar verluidt verklaarde hij: ‘Dit drankje van Satan is zo verrukkelijk dat het zonde zou zijn om het aan de ongelovigen te laten.’ Hij ‘doopte’ de koffie en maakte de weg vrij voor een Europese koffiecultuur.
In het Ottomaanse Rijk ging het minder soepel: sultan Murad IV maakte koffiedrinken tijdelijk een halsmisdaad, uit angst dat koffiehuizen broedplaatsen van opstand werden.
2. De paraplu – verwijfd en on-Engels

In het midden van de achttiende eeuw begon de Engelsman Jonas Hanway door de regenachtige straten van Londen te wandelen met een paraplu. Het publiek was geschokt. Mannen hoorden nat te worden of een koets te nemen. Een paraplu was een vrouwenattribuut en erger nog: Frans.
Hanway werd jarenlang uitgescholden, bekogeld met vuil en bespot als verwijfd. Koetsiers, die vreesden voor hun inkomsten op regenachtige dagen, waren het felst in hun verzet. Eén chauffeur probeerde Hanway zelfs van de stoep te rijden. Hanway weigerde te wijken. Na dertig jaar hardnekkig paraplugebruik begonnen andere Engelse mannen zijn voorbeeld te volgen. Tegen het einde van de eeuw was de paraplu geaccepteerd.
3. De aardappel – appel van de duivel

Toen Spaanse ontdekkingsreizigers de aardappel in de zestiende eeuw naar Europa brachten, stuitte de knol op massaal wantrouwen. De aardappel groeide ondergronds, in het donker, net als de giftige nachtschadegewassen waartoe hij behoorde. Europeanen noemden hem de ‘devils apple‘ en geloofden dat hij lepra veroorzaakte.
In Rusland verklaarde de orthodoxe kerk de aardappel ongeschikt voor menselijke consumptie omdat hij niet in de Bijbel voorkwam. Pruisische boeren weigerden hem te eten, zelfs toen Frederik de Grote in 1756 een koninklijk bevel uitvaardigde. De koning dreigde met het afsnijden van neuzen en oren, maar de boeren schreven terug dat zelfs hun honden de knollen niet lustten. Uiteindelijk gebruikte Frederik een slimme truc: hij liet aardappelvelden bewaken door soldaten, wat de indruk wekte dat het om kostbare gewassen ging. Nieuwsgierige boeren begonnen te stelen en te proeven. Vandaag leggen bezoekers aardappelen op Frederiks graf in Potsdam als eerbetoon.
4. De fiets – bedreiging voor de vrouwelijke gezondheid

De veiligheidsfiets, geïntroduceerd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, werd een symbool van vrouwelijke onafhankelijkheid. Vrouwen konden nu zonder begeleiding reizen, dates hebben buiten het zicht van chaperonnes en zelfs de kerk overslaan. Artsen en conservatieven sloegen alarm.
Medici waarschuwden voor ‘fietsgezicht‘, een verzonnen aandoening waarbij het gezicht van fietsende vrouwen permanent zou vervormen door inspanning en wind. Andere beweerde gevaren waren onvruchtbaarheid, baarmoedeerverzakking en moreel verval. Eén arts vreesde dat het zadel zou leiden tot ‘seksuele opwinding’. De praktische bloomerbroeken die vrouwen droegen om te kunnen fietsen versterkten de paniek: vrouwen in broeken bedreigden de genderorde.
Susan B. Anthony, voorvechtster van vrouwenkiesrecht, noemde de fiets het voertuig dat ‘meer heeft gedaan voor de emancipatie van vrouwen dan wat dan ook ter wereld’.
5. Margarine – de koeienimitator

Toen margarine in de jaren 1870 in de Verenigde Staten arriveerde, reageerde de zuivelindustrie alsof de apocalyps was aangebroken. Boterboeren zagen in het goedkope surrogaat een existentiële bedreiging en lanceerden een campagne om margarine te vernietigen.
De lobby was bijzonder effectief. In 1886 ondertekende president Cleveland de Oleomargarine Act, die zware belastingen en licentiekosten oplegde aan margarineproducenten. Maine, Michigan, Minnesota, Pennsylvania, Wisconsin en Ohio verboden margarine volledig. Sommige staten dwongen fabrikanten hun product roze te kleuren om consumenten af te schrikken. Critici noemden margarine ‘onnatuurlijk’, ‘immoreel’ en ‘verslavend’. Eén krant waarschuwde dat het tot ‘manie en moreel verval’ kon leiden. De margarineoorlogen duurden tot na de Tweede Wereldoorlog, toen rantsoenering de weerstand brak.
6. De kerstboom – heidense afgoderij

Kerstbomen zijn vandaag onlosmakelijk verbonden met de feestdagen, maar in de zeventiende eeuw beschouwden puriteinse protestanten ze als heidense symbolen. In 1659 verbood Massachusetts het vieren van Kerstmis volledig. Wie werd betrapt op feestelijkheden, versierselen of vrije dagen kreeg een boete.
Gouverneur William Bradford van Plymouth Colony probeerde actief de ‘heidense spotternij’ van kerstversieringen uit te roeien. Oliver Cromwell in Engeland preekte tegen ‘heidense tradities’ van versierde bomen en kerstliederen. Nog in de jaren 1840 werden kerstbomen in Amerika gezien als papistische of heidense symbolen.
De doorbraak kwam toen een illustratie van koningin Victoria en prins Albert rond hun kerstboom in 1846 de Engelstalige wereld veroverde. Wat de koningin deed, werd mode. De boom die generaties lang was verguisd als heidens, werd binnen enkele decennia het hart van de familiekerst.
7. Tomaten – de giftige schoonheid

De tomaat arriveerde in de zestiende eeuw vanuit de Amerika’s in Europa en werd direct gewantrouwd. Als lid van de nachtschadefamilie, net als de dodelijke wolfskers, beschouwden Europeanen de tomaat als giftig. De Italiaanse naam ‘pomodoro’ (gouden appel) klonk sommigen te mooi om veilig te zijn.
De angst werd versterkt door een vreemde bijwerking: rijke Europeanen die tomaten aten van tinnen borden, werden soms ziek of stierven. Het zuur in tomaten loste lood uit het tinglazuur, wat loodvergiftiging veroorzaakte. De tomaat kreeg de schuld. Tot diep in de achttiende eeuw groeiden tomaten in Europa vooral als sierplanten. In de VS publiceerde een krant in 1820 het verhaal van kolonel Robert Gibbon Johnson, die publiekelijk tomaten at op de trappen van een gerechtsgebouw in New Jersey om te bewijzen dat ze eetbaar waren. Of het verhaal waar is, blijft onduidelijk, maar het illustreert hoe lang de angst voor tomaten duurde.
8. Thee – ondermijner van de natie

Thee is nu het nationale drankje van Groot-Brittannië, maar de introductie in de zeventiende eeuw riep weerstand op. Critici vreesden dat het exotische brouwsel de volksgezondheid zou schaden, de economie zou ondermijnen en Britse mannelijkheid zou aantasten.
Jonas Hanway, dezelfde man die de paraplu introduceerde, schreef in 1756 een pamflet getiteld ‘Essay Upon Tea and Its Pernicious Consequences‘. Hij beweerde dat thee lelijkheid, slechte adem en zenuwzwakte veroorzaakte. Thee drinken ondermijnde volgens Hanway de nationale arbeidsethos en maakte Britten lui. Samuel Johnson, zelf een notoire theedrinker, schreef een vernietigende recensie van Hanways essay. De twee raakten verwikkeld in een publiek debat. Johnson won uiteindelijk: thee werd het Britse drankje bij uitstek, terwijl Hanway vooral wordt herinnerd om zijn paraplu.
9. De roman – vergif voor jonge geesten

De opkomst van de roman als literaire vorm in de achttiende eeuw veroorzaakte morele paniek. Critici vreesden dat fictie, vooral wanneer gelezen door vrouwen en jongeren, de geest zou bederven en tot immoreel gedrag zou leiden.
In Duitsland waarschuwden autoriteiten voor ‘Lesewut‘ (leeswaan), een vermeende aandoening waarbij obsessief romanplezen tot waanzin leidde. Sommigen geloofden dat romans masturbatie aanmoedigden. De publicatie van Goethes ‘Het lijden van de jonge Werther‘ in 1774, waarin de protagonist zelfmoord pleegt, leidde tot oproepen tot een verbod. Het boek werd verbonden aan een vermeende golf van nabootsingszelfmoorden. Bibliotheken weigerden romans op te nemen in hun collecties, en ouders verboden hun dochters te lezen. Vandaag zijn romans het hart van de literatuur en geldt lezen als deugdzaam.
10. Elektriciteit – onzichtbare moordenaar

Toen Thomas Edison en George Westinghouse in de jaren 1880 streden om de elektrificatie van Amerika, voerde Edison een angstcampagne tegen wisselstroom, het systeem van zijn concurrent. Edison organiseerde publieke demonstraties waarin honden, katten en zelfs een olifant werden geëlektrocuteerd om te bewijzen dat wisselstroom dodelijk was.
De angst voor elektriciteit was wijdverbreid. Kranten berichtten over elektrocuties, branden door kortsluiting en mysterieuze sterfgevallen. Sommige mensen weigerden elektrisch licht in hun huizen toe te laten uit angst voor onzichtbare straling. Anderen geloofden dat elektriciteit krankzinnigheid veroorzaakte. Edison drong er zelfs op aan dat de eerste elektrische stoel, bedoeld als humanere executiemethode, zou werken op wisselstroom om het systeem van Westinghouse te besmeuren. Westinghouse won uiteindelijk de ‘War of Currents‘, en wisselstroom werd de standaard die onze moderne wereld aandrijft.

